wapen_transp02
bruisend_wellen

  Gemeente Wellen            Dorpsstraat 25   I   3830 Wellen    l   Tel. 012 67 07 00    l     Fax 012 74 58 70    l    e-mail: info@wellen.be


 

U bevindt zich hier:

 > Home  > Actueel  > Algemeen  > Geschiedenis

Ondernemersloket

Burgerloket


  Bokkenrijders    Burgemeesters

Geschiedenis

Neem ook eens een kijkje op Oud-Limburg.net. Het is een website volledig gericht naar het rijke verleden van de provincie Limburg : http://www.oud-limburg.be

Professor Michiels pende geschiedenis van Wellen neer
Professor Jozef Michiels is nog altijd een klinkende naam in Wellen. Wie ook maar iets wil weten over de geschiedenis van Wellen moet in de plaatselijke bibliotheek zijn werken maar eens opzoeken.
Jozef Michiels werd op 4 maart 1877 geboren in Rijkel, waar zijn vader onderwijzer was. Ook de jonge Jozef wilde graag het onderwijs in. Hij haalde zijn doctoraat aan de K.U. Leuven in de wijsbegeerte en letteren en begon zijn onderwijsloopbaan als studiemeester aan het atheneum van Bergen. In 1905 werd hij overgeplaatst naar het atheneum van Oostende en nog later naar Mechelen en Tongeren, waar hij heel zijn loopbaan les gaf in klassieke talen. Sinds 1937 woonde hij samen met zijn echtgenote Virginie Heeren in de Notelarestraat in Wellen. Professor Michiels was een uitstekend leraar: hij was rustig en wist op pedagogisch vlak van aanpakken. Hij hield van Wellen en van de Wellenaren. Sociaal voelend als hij was, zette hij zich ook nog in voor het verenigingsleven. Zo was hij voorzitter van de kerkfabriek van Wellen en Herten en later erevoorzitter van de Bond van de Kroostrijke Gezinnen van het gewest Tongeren. Professor Michiels heeft ook intens de lokale geschiedenis bestudeerd en neergepend. Hij schreef voor de wetenschap, maar ook voor de Wellenaren. Het archief van Wellen kende trouwens op zijn duim.  Zo heeft hij niet minder dan 22 werken en boeken geschreven, waarvan ‘De Bokkenrijders in Wellen en omliggende dorpen’ wellicht het meest bekende is.
Professor Michiels overleed op 27 mei 1959, op 82-jarige leeftijd.


Geschiedenis van Wellen

OPWELLEND WATER

Archeologische vondsten uit de prehistorie en de Romeinse tijd duiden op een vroege kolonisatie van het Herkbekken te Wellen. Wanneer de nederzetting Wellen precies ontstond, weten we niet. We veronderstellen dat dit gebeurde in de Frankische tijd (5de-7de eeuw). De breed uitwaaierende puinkegel die de Herk precies op deze plaats opbouwde, was een geschikte plaats voor de vestiging van een nederzetting van veeboeren. Dit "Wellene" (1158) of "Welnis" (1163) wordt pas eeuwen later voor het eerst "officieel" vermeld. Wellen i's een typisch watertoponiem, afgeleid van het Middelnederlandse "wellene" wat "bron, put" betekent. Het refereert naar het veelvuldig en spontaan opwellende bron- en kwelwater zowel op de dalbodem van de Herk als aan de voet van het talud tussen Laag- en Midden-België. Volledigheidshalve voegen we hieraan toe dat er voor de betekenis van de naam Wellen ook een meer gesofistikeerde uitleg bestaat, ni. de Latijnse omschrijving "villina terra" wat landbouwuitbating betekent.

ONDER DE VLEUGELS VAN DE PRINSES-ABDIS VAN MUNSTERBILZEN

Gedurende de Middeleeuwen en het Ancien Regime was de Loonse heerlijkheid Wellen zowel op administratief, juridisch als kerkelijk vlak afhankelijk van de abdij van Munsterbilzen. De historische verklaring voor deze verbondenheid berust op de hypothese dat Wellen in de kersteningstijd behoorde tot het domein van Landrada. Toen deze dame, verwant aan Pippijn van Landen, omstreeks 670 te Munsterbilzen een klooster stichtte, stond ze al haar wereldlijke bezittingen aan deze instelling af. In de 12de eeuw evolueerde deze instelling naar een uiterst elitair, adellijk stift voor dames en gedroeg het zich als een kapittel van kanunnikessen met aan het hoofd een autoritaire prinses-abdis. Ze had het tiend- en patronaatsrecht (d.i. het recht om de pastoor te benoemen) van Munsterbilzen, een zestal parochies in de omgeving (Bilzen, Eigenbilzen, Hoelbeek, Waltwilder, As en Kleine~Spouwen) en het Haspengouwse Wellen. Verder bezat ze ook de grond- en hoogheerlijke rechten (dit is burgerlijke en juridische macht!) in de heerlijkhedenMunsterbilzen, Haccourt, Hallembaye, Kleine-Spouwen en ... Wellen. Ze noemde zichzelf de soevereine vorstin van deze abdij-heerlijkheden en benoemde er de schepenbanken. Deze rechtbanken volgden de Loonse wetten. Wie door de Wellense schepenbank veroordeeld werd, kon hiertegen beroep aantekenen bij de leenzaal van Munsterbilzen. Zo werden meerdere bokkerijders in beroep te Munsterbilzen tot de doodstraf veroordeeld . Wellen was in vier kwartieren opgesplitst- Dorp, Overbroek, Russelt en Wellerbos. Vrolingen en Abswellen waren afzonderlijke Loonse heerlijkheden en hadden met Munsterbilzen niets vandoen. De schepenbank van Abswellen hing af van de proosdij van Maaseik en volgde de Luikse wetgeving. Op kerkelijk vlak was er wel eenheid: de vier kwartieren van Wellen, Vrolingen en Abswellen vormden samen de Sint-Brigittaparochie.

WOELIGE TIJDEN

Precies omwille van de eeuwenlange lotsverbondenheid van de heerlijkheid Wellen met de abdij van Munsterbilzen enerzijds en de subtiele machtsstrijd tussen de prinses-abdis en de prins-bisschop van Luik anderzijds, hebben de Wellenaars ruimschoots hun deel gekregen van het oorlogsgeweld dat tot aan het eind van het Ancien Régime veelvuldig onze contreien en zijn bevolking trof. Zo was Wellen in 1460-67 één van de belangrijkste Zuid-Limburgse verzetshaarden tegen de Bourgondiërs die hun machtspositie in het prinsbisdorn Luik -waartoe sedert 1366 ook het graafschap Loon behoorde- wilden verstevigen en daar in 1467 ook in slaagden. De Bourgondische inmenging was echter van korte duur want na de dood van Karel de Stoute in 1477 opteerde het prinsbisdom Luik voor een neutraliteitspolitiek waaraan pas in de Franse tijd (1794-1815) een eind kwam. Deze houding betekende echter niet dat de heerlijkheden in het oude land van Loon, Wellen incluis, rustiger tijden beleefden. Integendeel zelfs, het dorp werd regelmatig overspoeld, geplunderd en ontredderd door allerhande misnoegde en uitgehongerde soldaten die over neutraal terrein van het ene naar het andere slagveld trokken. Hoe en waarom de Wellenaars in de 18de eeuw, als gevolg van deze demoraliserende toestanden, door hun eigen overheid zwaar gestraft werden, verneem je in een aparte bijdrage over de bokkenrijders.- een uiterst delicaat fenomeen dat in het verleden niet altijd objectief beoordeeld is geworden. De terechtstelling in 1774-76 van 27 Wellense bokkerijders, liet bij de plaatselijke bevolking diepe wonden na: velen wisten zich als familielid, vriend of kennis persoonlijk getroffen en zinden op weerwraak. Dit verklaart waarom de Luikse Revolutie (1789-91) -een opstand van het gewone volk tegen de adel en de geestelijkheid- a fortiori de Wellenaars niet onberoerd liet. Van 1789 tot 1793 was Wellen in de ban van een burgeroorlog tussen de patriotten en de burgerij: er werd gestolen, geroofd, geplunderd en vernield. Met de terechtstelling van de kapitein van de patriotten, op 15 juni 1793 op het dorpsplein van Wellen, viel het doek over de Wellense Revolutie. Met de diepgaande hervormingen die het Frans bestuur het jaar nadien doorvoerde, kwam er uiteindelijk dan toch een eind aan de eeuwenlange dictatuur van de adel en geestelijkheid. In 1794 werd Wellen een autonome gemeente in het departement Nedermaas.

WONEN EN WERKEN IN EEN FRUITIG LANDSCHAP

De gemeente Wellen (1 696ha) -in oude tijden door allerhande omstandigheden intern vaak verscheurd en verdeeld- heeft zich in de loop van de 19de en 20ste eeuw eendrachtig ontwikkeld tot een agrarische woongemeente met een niet te verwaarlozen economische dimensie. Wellen evolueerde naar een gemeenschap waar fruitteelt en "wonen" in ruime mate de fysionomie van het landschap bepalen. Door de ruimtelijke uitbreiding van de kernbewoning, de toename van de lintbebouwing langs de oude straten, de aanleg van nieuwe verbindinsgwegen en de planmatige creatie van enkele woonwijken is de oude dorpskom als het ware morfologisch vergroeid met de overige " kwartieren " en aparte " heerlijkheden " die het Wellens grondgebied tot aan het eind van het Ancien Regime versnipperden. Het meest frappante voorbeeld is de ruimtelijke versmelting van de dorpskom met Abswellen. In de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw was de traditionele, gemengde landbouw de belangrijkste bron van inkomsten. In 1844 waren er -op een bevolking van ca. 2200 mensen- honderden landbouwbedrijven en verder drie watermolens, zes brouwerijen en vijf siroopfabriekjes. Na de Tweede Wereldoorlog voltrok zich op agrarisch vlak een reconversie naar fruitteelt. In de dorpskom en de oude gehuchten ruimden de hoogstammige boomgaarden weliswaar plaats voor nieuwe woningen, maar elders veranderden op grote schaal weilanden en akkers in plantages met laagstammig hardfruit (appelen, peren, kersen, krieken en pruimen) en aanplantingen van kleinfruit (aardbeien, bessen). De vallei van de Herk bleef -zoals in het verleden- vrijwel onbewoond. Tussen Herten en de dorpskom ligt het natuurgebied "Broekbeemd";  De oude gehuchten Bos en Russelt, eeuwenlang door het drassige en brede Herkdal gescheiden, werden aan het eind van de zeventiger jaren door de aanleg van een weg dwars doorheen de valleibodem met elkaar verbonden. Langs deze weg en aan de "Bos"-rand van de vallei werd het industrieterrein "Bodem" gecreëerd.
 


info@wellen.be   012/670 710                                               privacy   juridisch

Download Acrobat Reader