De Sint-Jan-de-Doperkerk
De Sint-Jan-de-Doperkerk is een stilistisch merkwaardige en beschermde plattelandkerk. Het is een Romaans-gotische kerk, bij K.B van 21.09.1936 een geschermd monument. De toren, het middenschip en de dwarsbeuk zijn opgetrokken in een Romaanse stijl en dateren uit de 12de eeuw. Dit kerkje bleef echter niet bespaard van verwoesting en werd in 1490 door de manschappen van “Jehannot de bastaard” in brand gestoken. Enkele de robuuste toren bleef overeind. De wederopbouw gebeurde in de toen modieuze hoog-gotische stijl. Om de “capaciteit” te vergroten werden de zijbeuken in 1930 in neogotische stijl verlengd. Jammer genoeg heeft het interieur als de buitenarchitectuur hun oorspronkelijke symmetrie verloren door de opeenvolgende verbouwingen. Het plattengrond beschrijft een (ingebouwde) westtoren, een driebeukig schip van twee traveeën en een dwarsbeuk van één travee.
De oostpartij omvat een eenbeukig hoofdkantoor van drie traveeën met driezijdige absis, geprangd tussen vijfzijdige Sint- Brigittakapel tegen de noordgevel en een zijkoor(=Sint-Jankapel) annex sacristie aan de zuidkant.
De Romaanse kerktoren had naast een religieuze betekenis ook minstens een even belangrijke militaire functie. De toren werd gebruikt als schuilplaats waar de plaatselijke bevolking kon onderduiken bij gevaar. Deze muren zijn 1.8 meter dik en hebben kleine spleetvormige muuropeningen. De gevels zijn opgetrokken uit natuursteen van diverse aard en grote: vooral silex, maar ook zandsteen, kalksteen, kwartsiet,… Deze bouwstenen zijn afkomstig uit de 4544 met lange omwalling die in de eerst helft van de tweede eeuw na Christus rond de toenmalige wereldstad Tongeren aangelegd werd. De overige buitengevels zijn grotendeels uit gelige mergelzandsteen opgetrokken.
Het voormalige ursulinenklooster
De afbraak van het voormalige urselinenklooster dateerde in 1987. De plaats van het oude klooster werd niet zoals vaak gebeurt met nieuwbouw ingevuld. Integendeel, er werd geopteerd voor de creatie van een groene, openruimte en bij dit dorp passende fontein met opwellend water. De neogotische kloosterkapel bleef wel bewaard en kreeg een multifunctionele, culture toestemming. Het is een sfeervolle plaats waar o.m. vergaderingen en bijeenkomsten kunnen plaats vinden en tentoonstellingen georganiseerd worden.
Historiek Op verzoek van pastoor Pluymaekers werden er in 1851 enkele zuster-urselinen van het kooster te Tildonk (nabij Leuven) naar Wellen gestuurd om er het basisonderwijs en de opvoeding van de jeugd uit de slop te halen. In 1930 telde de school 400 leerlingen en was het internaat bekend tot buiten de landgrenzen. Leerlingen uit Nederland, Duitsland en Zwitserland leerde Frans bij de urselinen van Wellen. Pas in 1951 werd het Sint-Josefs-instituut van Wellen officieel erkend als “Aangenomen Vrije Meisjesschool. Niettenmin verloor de school sinds de jaren zestig haar belang en werd uiteindelijk gesloten. Het gebouwenbestand werd door de gemeente aangekocht en in 1987, met uitzondering van de kapel, gesloopt.
De bakstenen kloosterkapel dateert uit 1899. Het interieur is gekenmerkt met een neogotische stijl. Specialisten typeren het als “een totaalkunstwerk van architectuur en toegepaste kunsten”. Waardevol zijn vooraal de decoratieve schilderingen op de plafonds en de muren. De kleurrijke ramen illustreren de glas-in-loodtechniek
Sint- Lambertuskerk
Op de steile helling van de Herkvallei, een rustig decor met weilanden vind je de Sint-Lamertuskerk terug. Dit kerkje werd gebouwd in 1693 in de overgangsperiode van de barok (17de eeuw) naar het classicisme (18de eeuw). Willem van Geloes, kanunnik van Sint- Gereon in Keulen, heer van herten was de opdrachtgever en mecenas. Het is uitermate zeldzaam dat je een kerkje uit een sierlijke stijl zoals de barok op het Haspengouwse platteland terug kunt vinden. Het mysterieuze aan het kerkje is dat het profiel en de opbouw van de toren dat helemaal niet past bij het 17de/18de-eeuwse stijlconcept.
Het is ietwat misleidend naar de Romaanse bouwkunst: schietgaten met brede kalkstenen raden, een klokkenkamer met ronde boogvormige galmgaten, ingesnoerd tentdak…Uiterst typerende kenmerken voor een Romaanse kerk maar toch daterend uit de 17de eeuw.
Het interieur Het is een bepleisterd en sober interieur en is vooral interessant omwille van zijn originele altaar. Ook werd er gebruik gemaakt van de rococostijl in het koor. Het 18de-eeuwse stucwerk, aangebracht oven de eiken sacristiedeuren is gebaseerd op liturgische taferelen en symbolen uit het Oude en Nieuwe Testament,o.a. potten, kannen en kruiken. Het wijwatervat (in het portaal onder de toren), gotische sokkel in hardsteen daterend uit de 15de eeuw en de kuip ca.1700 zijn enkele pronkstukken die je kunt terug vinden in deze kerk. In de rondboogramen van de 17de-eeuwse kerk vind je vier moderne glasramen terug.
Sint-Agathakerk
De Sint-Agathakerk van Berlingen werd gebouwd op een genivelleerd en deels artificieel opgehoogd “terras” (o.m. het kerkhof). Dit kerk is gelegen op een noordwestelijke helling van de Herkvallei. Daardoor is er een niveau verschil tussen het ommuurd kerkhof op straathoogte en de kerkhofmuur langs de zuidkant dat overeenkomt met de noklijn van de woningen. Vanaf het belendend kerkhof heb je een fraai landschappelijk zicht op de Herkvallei en de historische kasteelsite “Rullingen” aan de overkant van het dal.
De Sint-Agathakerk is typerend voor een (neo)gotisch kerkje in gebakken natuursteen. Er is een opvallende contrast in bouwmaterialen en ouderdom. Bv. het gotische koor (13de- 14de eeuw) uit natuursteen en het neogotische, bakstenen schip (1851-1865). Tegen de zuidelijke kerkgevel vind je twee gaaf bewaarde grafmonumenten uit de 17de eeuw terug nl. het grafkruis van molenaar Thomas Devue en diens echtgenote Catharina Groven, en een grafsteen van het echtpaar Meugens-Van den Duwey.
In het bepleisterd interieur staan er houten zitbanken. Ook vind je er een tal van pronkstukken terug in deze kerk bv. een biechtstoel uit de 17de eeuw gekenmerkt door zijn houtsnijwerk van laat-barok, een preekstoel uit de 18de eeuw gekenmerkt door zijn houtsnijwerk in Luikse rococo (rococialle- en schelpmotieven), een hout gepolychromeerd triomfkruis uit de 16de eeuw van laat-gotisch, enz.
De Kapel van Oetersloven
De Kapel van Oetersloven is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Smarten. Het is een barokke bedevaartskapel uit de 17de eeuw. De religieuze geschiedenis van deze plek startte echter diverse eeuwen eerder. Niet zo lang geleden was eer aan de kapel een kluis aan verbonden. En nu is het een bevallig plekje en een adempauze in het hartje van het afgelegen gehucht Oetersloven. Midden in het fruitig plateaulandschap tussen Wellen, Berlingen, Ulbeek en Hoepertingen.
De buitenarchitectuur De huidige Mariakapel dateert uit de 17de eeuw en leunt in architecturaal opzicht aan bij de barok. Tegen de koorsluiting hangt weliswaar overluifeld maar niettemin een laat-gotisch kruisbeeld blootgesteld aan weer en wind. In het chronogram boven de deur “o gY sChoonste Der VroUWen, sMeekt Voor aLLe ChrIstenen” is het jaartal 1827 benadrukt.
Interieur binnen De laat-barokke zitbanken dateren uit de 18de eeuw. De blikvanger is het decor van het “neobarokke” hoofdaltaar is een gotische pieta, een gepolychromeerd beeld uit 1432. Het Mariabeeld visualiseert één van Maria’s zeven “smarten”nl. de voorstelling van een bedroefde Maria met een dode lichaam van haar zoon Jezus op de schoot.
Er zijn echter meerdere betekenissen van de naam Oetersloven. In het huidige taalgebruik bestaan zowel de toponiemen Oetsloven als Oetersloven. In ouden acte van het land Loon is er sprake van “Oetersloe, Oetersloo”. Het suffix “lo” betekend zoals in Borgloon, “beboste heuvel”. De logische verklaring zou dan zijn “koepelbosje van Oeter”. Dit zou kunnen kloppen omdat Oetersloven deel uitmaakt van een plateau. Het is namelijk het hoogste plekje (+83m) van de fusiegemeente Wellen. Er is ook een ander hypothese dat meer aanleunt bij de klassieke interpretatie. Het zou kunnen dat het aansluit bij de betekenis van bijvoorbeeld andere nederzettingen in de buurt zoals Guigoven, Kuttekoven, Bommershoven,…Deze zijn namelijk afgeleid van een Frankische grootgrondbezitter. “Oeters-hoven” zou dan duiden op de “hoeve, landerijen en bezittingen van Oeter. Waarschijnlijk voor 1187 liet de toenmalige heer in de kronieken een niet nader genoemde ridder in het hooggelegen gehucht Oetersloven een gebedshuis bouwen. De ridder zou alvast aan de kruistochten naar het Heilige Land hebben deelgenomen. In het begin van de 13de eeuw werd het gebedshuis toevertrouwd aan het opgerichte klooster van sepulchrijnen (de orde van het heilige graf) te Wimmertingen. Nadat in 1423 het gebedshuis werd toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Smarten was Oetersloven een ononderbroken bedevaartplaats ter ere van Maria. De kapel van Oetersloven bleef tot aan het einde van het Ancien Régime het eigendom van de kanunnikessen ( dezelfde orde als dat van het Heilig Graf te Henegouw-Hasselt) In 18de en 19de eeuw was er aan de kapel van Oetersloven ook een kluis aan verbonden. Pierre Hofmeesters is de oudst gekende kluizenaar en eremijt. De eremijten hielden zich bezig met het onderhoud van de kapel, de opvang van de pelgrims en het onderricht van de plaatselijke jeugd. De voornaamste bron waren de giften van de welstellende bedevaarders. In 1796 werden de kapel en het aanpalend weiland eigendom van het Bureel van Weldadigheid van Borgloon. In het begin van de 19de eeuw knoopte men terug naar de bedevaartstraditie van weleer. Kort nadat de laatst kluizenaar in 1894 stierf werd de kluis gesloopt. Ook nu nog op 1 mei, komen er nog steeds honderden mensen uit omliggende dorpen jaarlijks naar deze kapel. Ter gelegenheid van de decanale gezinsbedevaart die in 1956 voor het eerst georganiseerd werd. Op die dag word er een H. Mis opgedragen in openlucht. Ook kun je er zowel zaterdag- als zondagavond terecht om 18 uur om een mis bij te wonen. De kapel straalt nog steeds een spontane uitnodiging, een moment van stilte en bezinning uit…
Sint- Rochuskerk
Sinds mensenheugenis staat het parochiekerkje van Ulbeek aan het dorpsplein. Na de ingebruikneming van de nieuwe kerk, in 1937-1938 een honderdtal meter meer noordwestwaarts kwam de oude kerk leeg te staan en is erg momenteel erg vervallen. Ze is geklasseerd en momenteel zijn dossiers lopende voor restauratie Ulbeek telt dus twee kerken.
De oude kerk aan het stille dorpsplein. De bakstenen gevels rusten op een sokkel van harde silex en kalksteen. De vraag is echter of dit afbraakmateriaal is van een nog ouder gebedshuis? Afgaand op de “barokke” segmentboogramen is er een vermoeden dat het koortje dateert uit de 17de eeuw en zelfs uit ouder is dan het neoclassicistische schip dat in het midden van de 19de eeuw herbouwd werd. In de voorgevelnis boven de deur staat een verweerd houten beeld van de patroonheilige Sint- Rochus.
Naast en achter de voormalige kerk bevindt zich het kerkhof dat als dusdanig nog steeds in functie is gebleven. Hetzelfde geldt ook voor de pastorie. Deze dateert uit 1912 en typeert de toenmalige neontraditionele baksteenstijl. Ondertussen zijn er aan de binnenzijde van de kerk opgravingen gebeurd die een 14de eeuwse vroegere kerk aan het licht bracht
De Nieuwe kerk
De huidige Sint-Rochuskerk is een moderne zaalkerk met neogotische inslag. De eerstesteenlegging gebeurde in 1937 en één jaar later werd de kerk al in gebruik genomen. Het grondplan werd ontworpen door architect Karel Gessler uit Maaseik.
Binnen in de kerk bevinden zich nog enkele curiosa uit de oude kerk. Enkele voorbeelden: De communiebank die dateert uit de 18de eeuw met als houtsnijwerk typerend aan het classicisme. De doopvont met een 13de- eeuwse vroeg-gotische kuip in arduin.
Een Sint- Rochus beeld daterend uit de 18de eeuw. Een merkwaardig barok- schilderij uit 1617 met tien paneeltjes waarop taferelen uit het leven van de patroonheilige voorgesteld zijn. En tenslotte “Kroning van Onze-Lieve-Vrouw door de H. Drievoudigheid” een schilderij daterend einde 17de eeuw.
|